Als je pech hebt, kun je op weg van Maastricht naar Aken nog altijd 15 tot 30 minuten in de file staan op de Autobahn vlak bij de grens. Daar vertraagt de Bundespolizei het verkeer en selecteert zij bepaalde automobilisten of vrachtwagenchauffeurs voor een paspoortcontrole. Dergelijke files hebben bij de grens nabij Nijmegen al tot ernstige ongevallen geleid. Daarom is de burgemeester van Nijmegen, Hubert Bruls, allesbehalve enthousiast over deze controles. Hij vertelde mij dat Duitsland met dit soort controles moet stoppen, omdat zij de Euregionale “geest” ondermijnen die de afgelopen decennia is opgebouwd. Wij delen de overtuiging dat burgers aan zowel de Duitse als de Nederlandse zijde van de regio bij elkaar horen, zonder grenzen en zonder dagelijkse controles.
Kafkaesque
Maar grenscontroles zijn ook in andere grensregio’s sterk terug van weggeweest. Mijn eigen absurde ervaring: een paar weken geleden reisde ik met een FlixBus van de Kroatische stad Rovinj naar de Sloveense hoofdstad Ljubljana. Onderweg was er ook een halte in Triëst, in Italië. Dat betekende dat we in de bus binnen een afstand van 30 kilometer eerst werden gecontroleerd door de Kroatische, vervolgens door de Sloveense en ten slotte door de Italiaanse grenscontrole. Dit nam in totaal zeker bijna 45 minuten in beslag. En nog erger: de houding van de verschillende beambten was niet echt Schengen-gezind, wat betekent dat zij niet erg vriendelijk waren tegenover ons, reizigers in de Schengenzone met “open” grenzen. Het voelde een beetje alsof je lang geleden de grens met Joegoslavië overstak, toen we nog verdeeld waren. In feite was het een efficiënte manier om elke Euregionale geest en mentaliteit te vernietigen. Nog afgezien van de aanzienlijke (onnodige) operationele en maatschappelijke kosten van drie afzonderlijke grenscontroles, die vermeden zouden kunnen worden door betere grensoverschrijdende samenwerking en coördinatie tussen de nationale beambten.
Onrechtmatig
Ter herinnering: de basisregel van Schengen is dat er geen grenscontroles plaatsvinden aan de binnengrenzen van de EU-lidstaten en bepaalde andere landen. Dit is de afgelopen 40 jaar een succesverhaal geweest, met enorme kostenbesparingen op het gebied van personeel en economische transacties. Om deze positieve effecten te beschermen, staat de Schengengrenscode slechts uitzonderingen toe. In “uitzonderlijke” omstandigheden, wanneer de openbare orde of de interne veiligheid van een lidstaat ernstig wordt bedreigd, mogen grenscontroles tijdelijk opnieuw worden ingevoerd of verlengd. Tijdelijk!
De betrokken lidstaat moet een deugdelijke rechtvaardiging voor een dergelijke uitzondering geven en de Europese Commissie en de andere EU-lidstaten hierover informeren. Daarnaast moeten ook de specifieke gevolgen voor grensregio’s beoordeeld worden.
De vraag is nu of de Duitse regering opnieuw grenscontroles zal aanmelden voor de periode na september 2026. Minister Dobrindt heeft al aangekondigd dat de controles zullen worden verlengd. De heer Dobrindt behoort tot de zelfverklaarde “law and order”-partij CSU uit Beieren. Zijn argument vóór grenscontroles is puur politiek: we hebben ze nodig om het aantal migranten te verminderen. De aantallen zijn echter al gedaald in vergelijking met voorgaande jaren. Er wordt niet gesproken over een nieuwe actuele bedreiging voor de nationale veiligheid. Deze politieke uitspraak van een “law and order”-politicus is daarom zeer waarschijnlijk in strijd met het EU-recht. Zij voldoet simpelweg niet aan de vereisten van de Schengengrenscode.
Vorig jaar heeft een Duitse bestuursrechter in Koblenz al een vordering toegewezen van hoogleraar rechten Dominik Brodowski van de Universiteit van Saarbrücken. De rechtbank oordeelde dat de grenscontroles destijds aan de Duits-Luxemburgse grens in strijd waren met de Schengenregels en daarom onrechtmatig waren.
Volgens de rechtbank kan een bedreiging van de nationale veiligheid ontstaan wanneer er sprake is van een plotselinge toename van ongeoorloofde migratie, waardoor de capaciteit van de staatsautoriteiten aanzienlijk onder druk kan komen te staan. De rechtbank stelde echter vast dat de verweerder, de Bondsrepubliek Duitsland, onvoldoende had aangetoond dat er in die periode sprake zou zijn van een toename van migratiestromen.
Uiteraard heeft de federale regering beroep aangetekend tegen deze uitspraak.
Een grappige kanttekening: professor Brodowski en ik ontmoetten elkaar op de conferentie in Luxemburg waar we 40 jaar Schengen vierden. De genoemde grenscontrole vond plaats op zijn terugweg in de buurt van Schengen.
EC Opinies
Met deze uitspraak in gedachten vroeg de reeds genoemde Hubert Bruls, burgemeester van Nijmegen, zich af wat de Europese Commissie doet? Of beter gezegd, waarom de Commissie tot nu toe niet heeft gereageerd? Vandaag, in juni 2026, heeft de Commissie haar Adviezen gepubliceerd over de herinvoering van grenscontroles door negen lidstaten. Het gaat om een enigszins vertraagde uitvoering van de wettelijke verplichting onder artikel 27a(3) van de Schengengrenscode, die de Commissie verplicht een advies uit te brengen wanneer grenscontroles langer dan 12 maanden duren. Alle negen lidstaten is gevraagd om de interne grenscontroles geleidelijk op te heffen, waaronder Duitsland en Nederland. Hoewel de Commissie-adviezen over de proportionaliteitsargumenten in het algemeen vrij terughoudend zijn, is de beoordeling van de Duitse praktijk van grenscontroles kritisch. De Commissie stelt dat de Duitse autoriteiten moeten werken aan de geleidelijke afschaffing van interne grenscontroles, gebaseerd op een op maat gemaakte benadering per deel van de binnengrens en per dreiging, met volledige benutting van de beschikbare alternatieve maatregelen onder de herziene Schengengrenscode. Dit zou betekenen dat in plaats van de huidige statische en systematische controles, niet-statische, niet-systematische risicogebaseerde steekproeven worden uitgevoerd, inclusief politiecontroles in het grensgebied en versterkte politiesamenwerking met buurlanden. Dit is wat de Nederlandse zijde al doet en in toenemende mate zal doen met enkele juridische hervormingen. Ook de Nederlandse regering is gevraagd haar formele grenscontroles op te heffen en in plaats daarvan nationale, alternatieve informatie- en risicogebaseerde maatregelen toe te passen.
Vertaalprobleem
Vorig jaar hebben wij in onze studie naar de effecten van de grenscontroles vastgesteld dat er sprake is van asymmetrische effecten. Negatieve effecten zoals wachttijden, files en omleidingsverkeer door dorpen deden zich voor aan de Nederlandse zijde van de grens. Daardoor kan de Duitse regering de effecten op het eigen grensgebied gemakkelijk beoordelen en stellen dat deze proportioneel zijn. Dit is namelijk het geval dankzij de slimme operaties aan Nederlandse zijde, die structurele controles aan de grens vervangen.
Een ander leuk feit: volgens de Schengengrenscode moeten de lidstaten de effecten beoordelen op hun “grensoverschrijdend” regio’s. Dit is de term die in de Engelse tekst wordt gebruikt: cross-border region. Ons begrip is dan ook dat Duitsland moet beoordelen of de maatregelen proportioneel zijn met betrekking tot de Nederlandse zijde van de grens. Helaas is er een vertaalprobleem. De Duitse vertaling van de Schengengrenscode gebruikt de term “Grenzregion”, wat iets anders is dan “grenzüberschreitende Region”. Hetzelfde geldt voor de Nederlandse vertaling, evenals de Deense, Zweedse en Hongaarse versies. Voor de EU-werktalen in het Frans (région transfrontalière) en andere Romaanse talen wordt het “cross-border”/“transfrontier”-element daarentegen consequent weergegeven.
Huiswerk
Vorige week heb ik deze belangrijke inconsistentie in Brussel besproken tijdens een panel over Schengen bij het Europees Comité van de Regio’s. De vertegenwoordiger van de Commissie gaf toe dat zij zich hiervan ook niet bewust waren. Het Nederlandse woord dat in de verordening wordt gebruikt is ‘grensregio’. Ook dat is eigenlijk geen echte vertaling van “cross-border region”. Desondanks houden wij bij ITEM vast aan de interpretatie dat de Engelse versie de juiste richting aangeeft: lidstaten moeten nagaan of de tijdelijke grenscontroles effecten hebben op het grensoverschrijdende gebied en of deze proportioneel zijn. Wij bij ITEM zijn ervan overtuigd dat dit niet het geval is.
Dit laat belangrijk huiswerk achter voor zowel de Commissie als de lidstaten. Ten eerste moeten de lidstaten hun grenscontroles opheffen en komen met effectievere methoden om irreguliere en illegale migratie te bestrijden, bijvoorbeeld via grensoverschrijdende samenwerking. Wij hebben dit al in onze studie benadrukt: bilaterale of multilaterale (politie)samenwerkingen worden in tijden van grenscontroles eerder gehinderd dan benut. In de praktijk is de busreis in de Italiaans-Sloveens-Kroatische grensdriehoek daar een duidelijk voorbeeld van. Ten tweede kan de Commissie haar vertaalfout van ‘cross-border regions’ voor de Noordse en Duits beïnvloede talen herstellen, zodat deze beter aansluit bij de werkelijke geest van de proportionaliteitsbeoordeling. En ten slotte is het aan de lidstaten om in hun nationale notificaties uit te gaan van echte grensoverschrijdende regio’s en de (mogelijke) effecten over hun eigen administratieve landsgrenzen heen te beoordelen.

Op 11 juni 2026 nam ITEM directeur Martin Unfried deel aan het paneldebat “Future of Cross-Border Regions in the Schengen Area” tijdens de European Cross-Border Platform Annual Meeting in Brussel.


